De spijker op z’n kop slaan! [2]

Door René Verheij

Kom ik om, dan kom ik om!

Lezen: Esther 4:15 en 16

De vorige keer hadden we het over het hebben van een overwinnend geloofsleven met Jezus. deze keer wil ik het als het gaat om de spijker op z’n kop slaan hebben over opofferende liefde. In onze moderne maatschappij kennen we dat niet meer zo. Het opkomen voor de belangen van anderen is tegenwoordig eerder uitzondering dan regel. Het lijkt er steeds meer op dat het motto van ‘ieder voor zich, en God voor ons allen steeds meer realiteit wordt. iedereen werkt tegenwoordig voor zijn of haar eigen huisje, boompje en beestje, en wat een ander doet, moet die persoon zelf maar weten, als ik het maar goed heb.

Zo’n 75 jaar geleden, was heel de wereld in oorlog, en Nederland dus ook. toch waren er mensen die het niet konden verkroppen, dat zij gedomineerd werden door een vreemd volk, en dat hun land onder de voet gelopen was door een ‘veel sterkere’ vijand. Deze mensen kwamen in actie, en vaak met gevaar voor eigen leven gingen ze naar Engeland om zich daar bij het leger aan te sluiten en om mee te werken aan de bevrijding van Nederland. Dit waren de Engelandvaarders. Aan de andere kant had je ook mensen die in het ondergronds verzet gingen en die met gevaar voor eigen leven kranten rondbrachten, de Engelse inlichtingendienst van informatie voorzagen. Of je had ook mensen die hun Joodse medemens hielpen aan een onderduikadres.

Je zou hier kunnen spreken van opofferende liefde (Agapé).

In het woord wordt natuurlijk ook gesproken over opofferende liefde. Ik hoef alleen maar te denken aan Jezus die uit liefde voor heel de wereld zichzelf opofferde, zodat iedereen gered kan worden van de ondergang (Johannes 3:16). Of aan de apostelen, die (volgens mij) op één na allemaal betaald hebben met hun leven voor het brengen van de goede boodschap aan mensen die hoop en perspectief nodig hadden.

Deze keer wil ik het echter met je hebben over een vrouw uit het oude testament, die van een meisje dat leefde bij haar oom Mordechai, omdat ze geen ouders meer had. Ze leefde samen in Perzië, en wel in de burcht Susan, wat de residentie was, in ballingschap. Eigenlijk was haar leven daarin te vergelijken met het leven van de Engelandvaarders en de ondergrondse in de tweede wereldoorlog. Haar naam was Hadassa. In de burcht Susan werd een soort razzia gehouden omdat de koning een nieuwe vrouw wilde hebben. er liep daar in Susan dus geen jonge maagd meer veilig over straat. Om nu een lang verhaal kort te maken, Koning Ahasveros, koos Esther tot zijn nieuwe vrouw (hij had er denk ik wel een paar honderd), maar Esther was voor hem de belangrijkste.

Haman was inmiddels de rechterhand van Ahasveros geworden en Haman had een verschrikkelijke hekel aan de Joden. Het liefst wilde hij ze allemaal om laten brengen. Hij zorgde er met een list voor dat de koning een bevel uitvaardigde om alle Joden in het hele Perzische rijk om te brengen. De koning was namelijk nogal trots, en Haman had hem wijs gemaakt dat de Joden zich aan geen enkele wet van het land hielden, en dat ze alleen hun eigen wetten naleefde. Dat was dus tegen het zere been van de koning. En vandaar deze wet dus.

Mordechai was te weten gekomen wat Haman in z’n schild voerde, en hij ging in een rouwgewaad naar het paleis van Ahasveros, en bracht daar deze boodschap over aan (inmiddels) Koningin Esther, met het verzoek om bij de koning te pleiten voor genade. Nu was het zo dat Esther niet zomaar naar de koning mocht. Het was zelfs zo dat iedereen die ongevraagd naar de koning ging, zijn of haar eigen doodvonnis tekende, tenzij de koning hem of haar zijn gouden scepter aanreikte. Ze riep dus op tot een bidden en vasten voor alle joden in Susan. Hierna sprak Esther de woorden die ik aan het beging van de inleiding heb geplaatst, namelijk ‘kom ik om, dan kom ik om’ en ze ging naar de koning.

Esther maakte zonder te weten wat de uitkomst zou zijn de keuze om haar eigen belangen en verlangens ondergeschikt aan de belangen van haar volk. Net als al die mensen die in de tweede wereldoorlog hebben gestreden voor hun vaderland, en de Apostelen die hun leven gaven voor de booschap van het evangelie, gaf Esther, hoewel ze het overleefde, haar leven voor haar volk.

Jezus heeft alles voor jou gegeven!

Hij heeft zijn Koninklijke waardigheid afgelegd, om jou opnieuw aan het hart van de Vader te kunnen brengen. Hij heeft de hemel los gelaten door als een kwetsbaar kind in een gebroken en verontreinigde wereld te komen (Lukas 1:31 en 32). Als een slaaf, diende Hij zijn leerlingen (Johannes 13:5). Hij genas melaatse mensen, die niemand aan wilde raken, en hij ging om met hoeren en oneerlijke belastinginners. Jezus had alles in de hemel wat Hij maar wensen kon, maar hij liet alles los, om zondige en ellendige mensen te dienen en, en om uiteindelijk voor hen gegeseld, vernederd te worden en uiteindelijk te sterven )Johannes 19:30). Om voor jou te sterven!

En nu wil ik bij jou (maar ook bij mezelf) komen. Wat mag het jou kosten om Jezus te volgen? wat doe jij met iemand die ziek is, of in de gevangenis zit, of die niks te eten heeft. zeg jij eigenschuld dikke bult, moet hij of zij maar gaan werken, of had hij/zij maar gezonder moeten leven, of had die persoon maar beter moeten oppassen, dan was die niet in de gevangenis beland (Mattheüs 25:31-46). Elvis zingt in een lied ‘do we simply turn our heads, look the other way’. Wat doe jij, draai jij je hoofd om en blijf jij je focussen op je eigen carrière, en ‘geluk’ of maak jij net als Esther jou eigen belangen ondergeschikt aan die van anderen, en acht jij alles voor vuilnis om het volgen van Jezus.

Jezus zegt: wat je voor mijn minste doet, doe je voor Mij (Mattheüs 25:40).

Wat doe jij?